De hovenier en zijn vak

Als je aan vakmanschap denk, dan zijn er drie dingen die eruit springen:

KENNIS, ERVARING en GOED GEREEDSCHAP.

 

De kennisfactor willen wij belichten door het verhaal van het onderwijs te vertellen. Zowel het verleden als de huidige situatie komen aan bod. Daarin zijn we weliswaar niet volledig, omdat het onderwijs voortdurend in beweging is. Ook hebben de bemoeienissen van de overheid de laatste eeuw sterk hun stempel gedrukt op de manier van lesgeven en de schoolvormen.

Buitenplaatsen waren van oudsher de plek waar de grootste diversiteit in werksoorten en te verzorgen materialen voorhanden waren. In de persoon van de tuinbaas was alle ervaring, nodig voor de verzorging van de buitenplaats, gebundeld. Maar zoals ook op deze website beschreven is, werd het aantal buitenplaatsen snel kleiner wat vele tuinbazen dwong zich te verzelfstandigen en vaak ook om zich te specialiseren. Zo waren er hoveniers die groenten gingen telen. Anderen kozen voor bloemen en planten. In het begin gebeurde dit vaak toch nog in combinatie met het onderhouden en aanleggen van tuinen en groenvoorzieningen

 

BUITENPLAATS WELDAM TE GOOR

.Specialismen, die overwegend zijn voortgekomen uit het verzorgen van groen in en om buitenplaatsen, zijn: bloemkweker/bloemist/binder, boomkweker, ontwerper, warmoezier en sportveldbeheerder. Uit het hoveniersbedrijf zijn de laatste 40 jaar de specialismen boomverzorger, dak- en gevelspecialist en interieurbeplanter voortgekomen.

Ook de combinatie van het hoveniersbedrijf en de verkoop van materialen op het bedrijf aan particulieren, die zelf hun tuin gingen aanleggen, werd een trend. De tuincentrumbranche kwam op, de tuincentra verrezen als paddenstoelen in een najaarsbos.

Maar ook het runnen van een tuincentrum bleek een vak apart en groeide uit tot een specialisme. De levensvatbare tuincentra splitsten zich zakelijk daarom af van het hoveniersbedrijf. Beide bedrijven gingen vervolgens zelfstandig verder, vaak in nauwe samenwerking. Soms werd een van de beide bedrijftakken opgeheven of afgestoten.

Al deze specialisten, voorgekomen uit het oorspronkelijke hoveniersvak, willen we hier onder de noemer ‘De hoveniers en zijn vak’ belichten.

 

Het spreekwoord zegt: ‘Goed gereedschap is het halve werk’. Dit onderwerp mag dan ook niet ontbreken op deze website. Veel van ‘onze’ gereedschappen zijn in de voorgaande eeuwen ontwikkeld en veelal ontleend aan werktuigen die in de landbouw gangbaar waren. Het agrarische bedrijf is immers heel veel ouder dan het ambacht hovenier, waarvan we hier bovendien alleen de laatste vierhonderd jaar behandelen.

Maar speciale handelingen vragen natuurlijk ook allerlei speciaal gereedschap. Soms gaat het echt om snufjes van eenvoud en slimheid, die in het verleden bedacht en door de tijd heen verbeterd en verfijnd zijn.

Na de oorlogsjaren 1940-1945 kwam de mechanisatie goed op gang. In de jaren 60 ontstond in Amsterdam bij de gemeentelijke dienst die de sportvelden onderhield, het initiatief van mechanisatiedagen. Elke twee jaar toonden en demonstreerden mechanisatiebedrijven op Sportpark De Eendracht in Amsterdam-Geuzenveld op twee dagen in september hun producten voor sportveldbeheerders, hoveniers en groenvoorzieners. 

De huidige vorm van deze demonstratiedagen zijn de driedaagse Demo-Dagen die op de oneven jaren worden gehouden op het NSC-sportcentrum Papendal bij Arnhem.

DEMONSTRATIEDAGEN SPORTPARK PAPENDAL

Vakmanschap is meesterschap maar hoe vind je nu een goed hoveniersbedrijf  voor de aanleg van je tuin of groenvoorziening? De praktijk is dat meer dan 60 % van de nieuwe relaties van bedrijven binnenkomen  door recommandatie of wel mond tot mondreclame.Uiteraard doen bedrijven aan reclame uitingen om zich bekend te maken bij de consument. Veel bedrijven zijn lid van en brancheorganisatie (dit is vrijwillig) en spreken af gezamenlijke voorwaarde af waarin o.a.een klachtenregeling is opgenomen.Kies je voor een bedrijf dat “georganiseerd” is dan bouw je als consument wel zekerheid in Bent u op zoek naar  een bedrijf ? Klik hier