Werkwoorden van de hovenier/groenvoorziener

 

            

Hoveniers ,Tuinbazen en Groenvoorzieners  zijn door de eeuwen heen  alles kunners geweest .

Ook heden ten dage worden er veel soorten werk uitgevoerd .

De makers van deze website hebben voorlopig  ruim 100 werkwoorden geselecteerd en daar ook een foto bij gezocht (soms met een knipoog)

U wordt uitgedaagd om deze lijst aan te vullen met vooral werkwoorden die ons gaan ontsnappen.

aanaarden, aanbinden, administreren

afdekken, afgraven, afharden, afharken, afleggen, aftoppen, 

baggeren, beheren, beluchten, (be)mesten, beschoeien, bestraten, bestrijden, bezanden, binden, blazen(blad) bleken (van groenten), Boren (grond)

construeren, copuleren, composteren cultiveren,

delven draineren,

egaliseren, eggen, enten,

forceren, frezen,

gieten, graven, griffelen,

hakken, harken, hooien,

inventariseren ,inboeten, inwassen 

kandela(be)ren, kantsteken, kappen, keren, klinkeren, knippen, kruien, kweken, kuilen

landmeten, luchten,

maaien, marcotteren, meten, monster nemen

oculeren, omheinen, ompunten, ontwerpen, opbinden, ophogen, opkronen, (op)kuilen, opperen, oppotten, opruimen

 planten(ver), pluizen, poten, prikken,

rieken, rollen, rondsteken,

schermen, schetsen, scheuren, schoffelen, schuiven (sneeuw) slepen, snoeien, spitten, sproeien, stekken, stratificeren, strooien

trekken, trimmen, tuinieren,

uitdunnen, uitlichten, uitvlakken, uitzetten

vegen (in), vellen, verdichten (trillen) verplanten, verpotten, versnipperen, verspenen, verticuteren, verzorging vleien, 

 waterpassen, wieden,

zaaien, zagen,zeisen, zetten, zeven

 

AANAARDEN
AANBINDEN
AFDEKKEN (voor de vorst)
AFGRAVEN
AFHARDEN
AFLEGGEN
AFREIEN
AFTOPPEN (van bomen)
BAGGEREN
BELUCHTEN
BEMESTEN
BESTRATEN
BESTRIJDEN
BEZANDEN
BINDEN (aanbinden)
BLADBLAZEN
BLEKEN (aardperen)
BOREN (grondboren)
COMPOSTEREN
CULTIVEREN
DETERMINEREN
DRAINEREN
EGALISEREN
EGGEN
ENTEN
FORCEREN
FREZEN
GIETEN
GRAAFWERK
GRAVEN
GRIFFELEN
HAKKEN
HARKEN
HOOIEN
INVENTARISEREN
KANDELABEREN
KANTSTEKEN
KEREN (HOOI)
KNIPPEN (haag)
KRUIEN
KUILEN (in of op)
KWEKEN
lANDMETEN
MAAIEN
MAAIEN (machinaal)
MAAIEN (klein machinaal)
MAAIEN (bos)
MARCOTTEREN
METEN
METSELEN
MONSTER NEMEN
OMHEINEN
ONTWERPEN
OPHOGEN
OPKRONEN
OPRUIMEN.
PLANTEN
POTEN (bollen)
PLUIZEN
PRIKKEN (papier)
PRIKKEN (vertidrain)
RIEKEN (op)
ROLLEN
RONDSTEKEN
SCHETSEN
SCHEUREN
SCHOFFELEN
SLEPEN
SLOTEN (reinigen voor de schouw)
SNOEIEN
SPITTEN
SPROEIEN
STEKKEN
STRATIFICEREN
TIMMEREN
TUINIEREN
UITDUNNEN
UITVLAKKEN
UITZETTEN
VEGEN
VELLEN (boom)
VERDICHTEN (trillen)
VERPLANTEN
VERSNIPPEREN
VERSPENEN
VERTICUTEREN
VERZORGEN (boom)
WATERPASSEN
WIEDEN
ZAAIEN
ZAGEN
ZEVEN (zeefwerk)

Na gekomen foto's en plaatjes op nieuw alfabetisch 

BESCHOEIEN
INWASSEN
KAPPEN
ROOIEN
ZEISEN