Tuinen en hun historie

 

Niet alleen het hoveniersvak kent een rijke historie, ook de omgeving waarin de hovenier actief is kent vaak veel geschiedenis. Op deze pagina’s leest u meer over de historie van uiteenlopende typen tuinen. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar:

Het gebruik van de tuin.

De locatie van de tuin.

Het type beplanting in de tuin.

De ontwerpstijl en het tijdsbeeld van de tuin.

Het gebruik van de tuin:

BOTANISCHE TUIN

Aan deze voor de tuinhistorie zo belangrijke groep tuinen is een apart hoofdstuk gewijd op deze website.

U leest er over de Hortus in Delft, maar vindt er ook links naar websites van andere botanische tuinen in Nederland.

Naar Sortimentstuinen en botanische tuinen apart hoofdstuk

GEMEENSCHAPPELIJKE TUIN

Het woord ‘gemeenschappelijke tuin’ kwam in beeld bij de eerste sociale woningbouwprojecten aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Fabrieken en bedrijven stichtten woningcomplexen voor het personeel en het omliggende groen werd bestempeld als gemeenschappelijke tuin. Soms kende de tuin een eigen reglement waarin stond wat er wel en niet in mocht gebeuren. Later werden deze tuinen geïntegreerd in het openbaar groen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het eigen ‘tuintje’ weer belangrijker.

De gemeenschappelijke tuin kwam weer terug toen de Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) ontstonden. Tegenwoordig kiest men steeds vaker bewust voor een gemeenschappelijke tuin. Niet alleen vanwege schaarste aan grond, maar ook vanuit sociaal oogpunt. Over de voordelen is een website gemaakt: De twaalf voordelen van gemeenschappelijke tuinen.

Het lijkt erop dat de gemeenschappelijke tuin in het huidige tijdsgewricht weer helemaal terugkomt. 

THEETUIN

De theetuin past niet direct in de categorie ‘belangrijke botanische tuinen’. Toch zult u versteld staan van het aantal theetuinen in Nederland. Soms zijn het oude etablissementen met een hele geschiedenis. Uitgangspunt is dat er buiten wat te genieten valt. Bij de ene theetuin is dat een grote speeltuin, bij de andere zijn dat rondscharrelende dieren of een eigentijds tuintje.

Een in Nederland haast beroemde theetuin ligt in een natuurgebied Nieuw Millingen. Dit is een tuin in tropische sferen met een prachtig sortiment planten en stijlen. Lees meer over de Millinger theetuin.

Nog een paar theetuinen:

Theetuin De Kwakel in Oudewater       Theetuin in Kortenhoeff        Theetuin in Alkmaar

 

SCHOOL en KINDERTUINEN

School en kindertuinen zijn in Nederland vanaf 1918 gestart, een groot voorvechter was Klaas Dilling een landbouwingenieur uit Groningen. Het waren meestal onderwijzers en de gemeentes in de grote steden waar de initiatieven van de grond kwamen. In het begin speelde voedsel voor de arme gezinnen ook een belangrijke, maar na de tweede wereld oorlog was educatie en de leuke vrijetijdsbesteding meer het uitgangspunt.

“Waarom school en kindertuinen” een hartenkreet van een bestuurder uit Delft treft u hier onder aan. Vanaf 1980, in de ene plaats wat eerder als de ander is de school niet meer leidend en worden de schooltuinen in een stichtingsvorm georganiseerd met veel particuliere hulp en soms subsidie van de gemeentes.

De websites van Leiden en Zaanstad geven een gemiddeld beeld van de schooltuinen.

Het verhaal van de Schooltuinen in Den Haag treft u hier onder aan.

Het verhaal van Amsterdam is kortgeleden in boekvorm verschenen met als titel: De eeuwige schooltuin - Zaaien in de Zuidas. Klik hier voor het verhaal over het boek van de uitgever.

Wat vroeger belangrijk was, voedsel voor de armen is weer terug want veel School en kindertuinen doneren hun producten aan voedselbanken zoals Amstelveen en Beilen 

Schooltuin in Zutphen
TBC huisje

VOLKSTUIN

Een tuin (niet bij de eigen woning) om groente te verbouwen, te werken en te ontspannen.

Dit gebeurt al veel langer dan menigeen denkt. Waren groente en fruit verbouwen in eerste opzet de belangrijkste activiteiten, nu speelt recreatie en ‘het er zijn’ een belangrijke rol.

Erfgoedhuis Zuid-Holland heeft een publicatie uitgebracht over het verleden, heden en de toekomst van de volkstuinen in Zuid-Holland. Deze publicatie mag de redactie plaatsen. klik hier

Consulent Ellen Steendam van Erfgoedhuis Zuid-Holland hield in maart 2015 een lezing over dit onderwerp voor het groenplatform in Amersfoort. U kunt dit verslag hier lezen. 

ZIEKENHUISTUIN :

De oorsprong van deze tuin komt voort uit de kloostertuin. Bewoners van kloosters zijn altijd verzorgend voor hun medemens. In het begin van de twintigste eeuw komt vanuit Duitsland het idee van kuren en ziektes te lijf gaan met rust, frisse lucht en gezond eten in ons land.

 In die tijd is TBC (de tering) volksziekte nr. 1. Er komen sanatoriums in Hilversum Zonnestraal  (1905) Harderwijk Sonnevanck (1908) maar ook in vele andere plaatsen zoals Katwijk, Renkum en Hellendoorn.

Bij start was het complex vanZonnestraal in Hilversum 120 ha en bijna  zelfvoorzienend incl. een kleine begraafplaats. Op sommige sanatoria waren in de tuin paviljoens gebouwd op rails zodat ze met de zon mee konden draaien ook scholen en een kerk waren aanwezig. In Katwijk was een tunnel van het hoofdgebouw naar de duinen gemaakt voor de patiënten. Maar in de vijftiger jaren is mede door de penicilline deze ziekte bedwongen en zijn veel sanatoria opgebouwd tot “normale “ ziekenhuizen.

Dat een groene omgeving goed is voor de mens wordt steeds opnieuw “ontdekt” en op gewezen :Lees meer

Maar gelukkig ook toegepast zie het artikel van Tuin & Landschap het vakblad voor de hoveniers en groenvoorzieners in Nederland Klik hier voor en mooi verslag van de gerealiseerde chemotuin in Hilversum.

Ook het onderwijs is met dit onderwerp bezig Klik hier voor ontwerpen voor een ziekenhuistuin Vlietzicht in Schiedam Een van de ontwerpen is deels uitgevoerd en 30 september 2015 opgeleverd

 

De locatie van de tuin:

BOERDERIJTUIN

De boerderderijtuin - ook wel nutstuin - had als voornaamste functie het boerengezin en vaak ook het inwonende personeel van groente en fruit te voorzien. Liefst het hele jaar door. Er werd geweckt (het conserveren van groente en fruit in potten in de kelder) gedroogd (appelen) en ingemaakt, zodat ook
’s winters groente uit de moestuin gegeten kon worden.

Deze vorm van tuinieren en verwerken van oogst was bijna bedrijfsmatig. Bij de wat grotere boerderijen was er vaak een boomgaard en een snijbloemen-/kruidenhoek te vinden. Door de schaalvergroting in de landbouw zijn veel boerderijen beschikbaar gekomen als woonhuis. Veel tuinen zijn opnieuw aangelegd, vaak met aandacht voor de historie van het pand en zijn voormalige functie.

Voorbeeld van een boerderijtuin:

Boerenerf in Nieuw Loosdrecht

 

BORG OF STATE  (STINSENTUIN)

‘Borg’ is Gronings en staat voor ‘versterkt huis’, ‘burcht’ of ‘landhuis’. ‘State’ is Fries en komt van ‘stins’ en heeft dezelfde betekenis. Rondom deze staten of borgen zijn mooie tuinen aangelegd met een eigen karakter. Kenmerkend zijn de vroegbloeiende vaste planten en bolgewassen de zgn. stinsenplanten (of ‘stinzenplanten’). Deze naam duikt voor het eerst op in historische beschrijvingen uit 1932 van stinsen en doelt op deze vrolijke voorjaarsbloeiers die zich rondom de huizen verwilderd hebben en elk jaar opnieuw terugkomen. Denk aan sneeuwklokjes, bosanemonen en lelietjes van dalen.

Bekende tuinarchitecten uit het noorden zijn o.a. Pieter Roodbaardt en Jan Vroom

Voorbeelden van deze tuinen zijn

Menkemaborg   en  Dekemastate


 

DAK- EN GEVELTUIN

Op deze website is aan de historie van de daktuin een apart item gewijd: klik hier

Dak- en geveltuinen zijn tegenwoordig uitzonderlijk populair. Om de aanleg te stimuleren, verstrekken diverse gemeenten subsidie. Meer hierover leest u op de website Groen boven alles

Klik hier voor voorbeelden van dak- en geveltuinen


 

DIJKTUIN

Met recht een tuin waar de plek bepalend is voor de naam. Wat voor soort tuin het is, hangt geheel van de eigenaar of beheerder af. Een dijk is tegenwoordig meestal eigendom van een hoogheemraadschap. Dat geldt zeker voor die dijken die het water moeten keren voor het land erachter.

Zo’n dijk moet onderhouden worden en zo nodig versterkt. Gras is dan ook het gewas dat we meestal aantreffen op dijken. Waar het eigendom in particuliere handen is, komt uiteenlopende beplanting voor.  Bomen van de eerste grootte (hoger dan 15 meter) worden uit oogpunt van veiligheid niet op dijken geplaatst. Als een boom namelijk met wortelkluit en al omwaait (windworp), kan een gat ontstaan wat de dijk onveilig maakt.

Voorbeelden van dijktuinen:       De schanse dijktuin in Klundert (Noord-Brabant)

Een dijk van een tuin in Gameren            Ecologische dijktuin aan de Hollandse IJssel 

HEEMTUIN OF NATUURTUIN

‘Heem’ is ‘huis’ of ‘eigen’ en is terug te vinden in het Engelse woord ‘home’ en het Duitse ‘heimat’. Een heemtuin is een tuin met (wilde) beplanting die bij elkaar hoort in de duinen op het zand of in het natte veen van eigen bodem. Een van de eerste deskundigen die hier over publiceerde was professor Hugo de Vries. Plantensociologie  of leefgemeenschappennoemde men het in 1897.

Hein Koningen heeft een verhaal gehouden in Amersfoort voor de bezoekers van het groene platform over de heemtuin en zijn ontwikkeling. Dat geeft veel informatie. Klik hier geschiedenis van de heemtuin.pdf

 De eerste Heemtuin was Thijssehof in Bloemendaal in 1925. Daarna volgde er vele. Ze staan nu wel heftig onder druk doordat het onderhoud arbeidsintensief is en het voortbestaan van de tuinen afhankelijk is van veel vrijwilligers.

Voorbeelden van heem- of natuurtuinen:

Thijssehof in Bloemendaal:

Heemtuin Leiderdorp:

Heemtuin in het Kralingse Bos ,Rotterdam

 

 

HOFJE

Een hofje is een binnenplaats of binnentuin met daaromheen meestal kleine woningen.

Hofjes werden vanaf de veertiende tot en met de achttiende eeuw vaak gesticht uit liefdadigheid voor vrouwen, ouderen en specifieke doelgroepen zoals bv. vissersvrouwen.

De tuin was vaak beplant met groenblijvende planten maar soms waren er ook nuts- of groentetuintjes aanwezig. Nederland kent zeer veel voorbeelden van hofjes met bijbehorende tuin.

Toen er in de negentiende en twintigste eeuw woningbouwverenigingen werden opgericht, werd deze woonvorm ook nog wel toegepast, maar dan niet voor een specifieke doelgroep.

Voorbeelden van hofjes:

Op Wikipedia is een uitgebreide lijst van hofjes in Nederland te vinden.


Voorbeelden in Amsterdam

Voorbeelden in Haarlem

Voorbeelden in Leiden

 

KASTEELTUIN

Samen met de kloostertuin is de kasteeltuin een zeer oude tuinvorm. In het begin was de kasteeltuin puur een gebruikstuin. Men liet er gras groeien voor de paarden en kweekte wat noodzakelijke groenten en kruiden voor het geval  een beleg van het kasteel (in oorlogstijd) langer duurde.

Toen het kasteel als verdedigingsbouwwerk zijn nut verloor, zijn veel kastelen gesloopt. Echter, toen men ontdekte dat veel kastelen op mooie plekken stonden, is men gaan investeren in het prettig wonen op zo’n kasteel en creëerde men tuinen rondom het bouwwerk.

Het laatste kasteel dat in Nederland is ge(her)bouwd, dateert van rond 1900 en is kasteel De Haar in de provincie Utrecht. Aan dit kasteel zijn beroemde namen verbonden: Pierre Cuypers als bouwarchitect en  Hendrik Copijn als tuinarchitect en maker van de tuin. Maar dat is een verhaal apart.

Klik hier voor meer info .

Meer voorbeelden van kasteeltuinen:

Muiderslot                              Kasteel Amerongen                       Kasteel Oud Valkenburg


 

 

KLOOSTERTUIN

De naam spreekt voor zich. Tuinen bij kloosters hebben door de eeuwen heen verschillende functies gehad. Bij sommige kloosters was alles wel aanwezig. De nutstuin oftewel de moes- en fruittuin voor de maaltijd om zelfvoorzienend te zijn. De kruidentuin om met geneeskrachtige kruiden dienend bezig te zijn. De stiltetuin om te brevieren (al wandelend bidden/religieuze teksten lezen) tot je zelf te komen en tot God. Deze tuinen waren vooral groen en eenvormig om de aandacht niet af te leiden.

Sommige kloosters hadden of hebben een grote verzameling religieuze planten: planten en bloemen met een Bijbelse betekenis.

Bekijk bijvoorbeeld de plantenlijst van kerktuin Wassenaar  

Kloostertuinen bieden voedsel voor lichaam en ziel. U leest er meer over op De website van Samen aan tafel.

OVERTUIN

Overtuin is een begrip voor oudere hoveniers. Het is de tuin die door de openbare weg is afgesneden van de woning van zijn werkgever. Overtuin is een woord uit de achttiende en negentiende eeuw.

In waterrijk gebied kan de openbare weg ook een singel, tocht of gracht zijn. Van Friesland is bekend dat de overtuinen vaak bleekveldjes waren voor de was.

In Oranjewoud (Heerenveen) is de overtuin een park die intussen eigendom is van de gemeente. In het verleden hoorde deze tuin bij een buitenplaats aldaar.

Voorbeelden van nog bestaande overtuinen:

De Brummense Overtuin

Overtuin Bisdom van Vliet in Haastrecht

STADSTUIN

Stadstuinen zijn vaak verborgen tuinen. De stad was in het verleden ommuurd en veel tuinen zijn daarom niet zichtbaar voor de buitenwereld. Stadstuinen hebben dan ook een zeer eigen karakter, bepaald door de makers en de vele bewoners die daarna eigenaar of gebruikers werden van de tuin. Een ieder wil veelal immers zijn stempel op zijn stadstuin drukken.

Bomen zijn voor stadstuinen zeer bepalend, zeker wanneer ze monumentaal mogen worden en meer dan 100 jaar de sfeer van de stadstuin bepalen. Oude steden zoals Amsterdam, Dordrecht, Delft en Leiden bezitten veel verborgen tuinen. In Den Haag is Emma’s Hof als stadstuin ontworpen en aangelegd. Het woord dekt in deze de lading niet, het is eigenlijk een moderne gemeenschappelijke tuin. Lees meer in het artikel dat verscheen in Tuin en Landschap

Voorbeelden van stadstuinen zijn onder andere te vinden in Rotterdam: http://www.verborgentuinen.nl/

 

VILLATUIN

Een villatuin is een groenaanleg die behoort bij een groot vrijstaand woonhuis. Die aanleg is op voorhand een siertuin zonder elementen van vorige aanleg. Dit is de kern van de definitie van een villatuin volgens de schrijvers van het boek ‘Villatuinen in Nederland 1900-1940’. Het woord ‘villa’ geeft een woningtype aan uit het Romeinse rijk, maar wordt ook vertaald in ‘landhuis’. Veel projectontwikkelaars zochten de afgelopen eeuw naar mooie kavels bouwgrond om daar een villa op te bouwen. In sommige gemeenten zijn zelfs villaparken aangelegd. Het bovengenoemde boek is geschreven door Eric Blok en Birgit Lang en geeft een zeer goed overzicht uit die periode.

Voorbeelden van villatuinen:  Moderne villatuin van Harry Esselink

Villatuin Rotterdam                  Martin Veltkamp  

Het type beplanting in de tuin (sortimentstuinen):

BOLLENTUIN:

De geschiedenis van de bollentuin loopt gelijk op met telen van bloembollen en de handel daar in. In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond behoefte aan een showtuin om de producten (de bloembollen) te laten zien aan de klanten/afnemers. Het landgoed van kasteel Keukenhof in Lisse bleek daarvoor een uitstekende locatie. De voormalige kasteeltuin is bijna 200 ha groot en trekt jaarlijks zeer veel bezoekers uit binnen- en buitenland. Kijk ook op www.keukenhof.nl

De bekendste historische bollentuin is eigenlijk een hortus en ligt in Limmen (N-H). In deze Hortus bolborum zijn meer dan 4000 verschillende voorjaarsbolgewassen verzameld.

BOMENTUIN OF ARBORETUM:

Bomentuinen zijn ontstaan door verzamelwoede van boomliefhebbers. Over het algemeen rijke ondernemers die ruimte, kennis en geld gebruiken om mooie bomenverzamelingen aan te planten.

Ook zijn er kleine bomentuinen aangelegd voor educatieve doeleinden. De botanische tuinen hebben daar een rol bij gespeeld. Berline Geertsema van de Nederlandse Tuinenstichting heeft een voordracht gehouden over het ontstaan en de toekomst van arboreta. De tekst is hier te lezen 

Bekende arboreta's zijn onder andere :

Rotterdam Trompenburg           De Lutte Twente Poortbulten          Doorn Gimborn

 

 

GROENTE- OF MOESTUIN

Deze soortentuin zien we wellicht als de oudste vorm van tuinieren. De vroegste bewoners van ons land maakten met gevlochten hout een afzetting - ‘thun’ - rond hun hut of woning. Binnen die afzetting tegen ongenode bezoekers werd voedsel verbouwd. Het woord ‘tuin’ komt van deze eerste afzetting.

Groentetuinen zijn al snel beroepsmatig opgezet om een inkomen te verwerven. Warmoezier was vanaf de middeleeuwen de naam van een groentekweker. In de streek rondom Utrecht werden deze vakkrachten ook wel hovenier genoemd Lees meer..... elders op deze website.

Het Westland is al sinds lange tijd een tuinbouwgebied (vanaf 1750). Met de groentekwekers kwam ook de specialisatie: de een richtte zich op koolsoorten, de ander teelde vooral tomaten en/of paprika’s.

Tegenwoordig is weten waar je eten vandaan komt weer belangrijk. Buiten de groentewinkel zijn er ook steeds meer natuurwinkels die biologische groenten aanbieden. In Dordrecht is bij hotel-restaurant Villa Augustus een prachtige grote fruit- en moestuin aangelegd.

 

HEIDETUIN:

Deze tuinvorm waarin één soort plant centraal staat, lijkt wat op zijn retour. Voor het woord heide kan met gemak ook hosta, varen of en roos worden ingevuld. De heidevereniging die werd opgericht in 1971, heeft zichzelf in 2011 opgeheven. Dat zegt wel iets. Maar gelukkig is de website met veel informatie nog steeds beschikbaar:http://heideverenigingericultura.nl/

De meest bekende heidetuin vinden we in Driebergen. In het Floriadejaar 1972 werd Driebergen zelfs de ‘Heidehoofdstad van Nederland’ genoemd. Deze tuin werd, net als veel andere sortimentstuinen, aangelegd na de Tweede Wereldoorlog. Tuinieren en groen was vanwege de welvaart voor een groot publiek bereikbaar. Goed om te weten is dat voor de aanleg van een heidetuin de grond een hoge zuurgraad moet hebben en dat het onderhoud arbeidsintensief is.

Voorbeelden van heidetuinen:  Heidetuin Driebergen           Heidetuin Brielle

Heidetuin in park Merwestein Dordrecht

 

 

 
KOEIENTUIN

Een tuin zonder geschiedenis, Zwolle heeft de wereldprimeur in september 2015 is de tuin geopend.

Lees meer over de beplanting en de achterliggende gedachte van deze overdekte  koeientuin in het onderstaande artikel van het vakblad Tuin & Landschap.

KRUIDENTUIN

De ontdekking dat planten bruikbaar zijn voor het bestrijden van ziekten en kwalen en simpele ongemakken is vooral te danken aan kloosterlingen. Daarom zijn kruiden vaak in een kloostertuin te vinden. Omdat er in kloosters geletterde mensen rondliepen, zijn er veel oude boeken met beschrijvingen van planten en wat zij voor de mensheid kunnen betekenen.

Ook vandaag de dag is het gebruik van planten door de ‘gezondheidsindustrie’ actueel. Een bekende naam in Nederland is A. Vogel in Elburg. Daar is een tuin te bezoeken en worden vele producten aangeboden om gezond te blijven. Meer lezen over de A. Vogel tuinen.

Kruiden worden natuurlijk ook gebruikt bij het bereiden en garneren van onze maaltijden. Tuinbezitters die graag koken hebben altijd een stukje tuin gereserveerd in de buurt van de keuken om de kruiden zoals rozemarijn, dille, peterselie of selderij te oogsten.

Bekende kruidentuinen zijn:

Kruidentuin in het openluchtmuseum in Arnhem die zeer veel facetten laat zien.

Kruidentuin van Klooster Ter Apel 

ROTSTUIN

Dit type tuin is ontstaan toen we vakantie en vrije tijd kregen en gingen reizen. De rotstuin is een tuin die in het verleden veel gemaakt werd door verzamelaars van plantjes. Vooral in Engeland zijn rotstuinen populair.

Maar ook in Nederland werd er circa vijftig jaar geleden (in 1963) 2100 ton stenen uit de Ardennen gehaald voor een nieuwe rotstuin in Utrecht. We kennen zelfs de Nederlandse Rotsplanten Vereniging (N.R.V.)

De rotstuin kent een beperkte diepte en een zeer groot sortiment aan planten waarin gezocht is naar onder andere samenhang in grondsoort en winterhardheid. De aardigheid is om planten van dezelfde leefgemeenschap bij elkaar te groeperen.

Voorbeelden van rotstuinen:

Fort Hoofddijk Utrecht 

De rotstuin van Ber Slangen in Maastricht

De rotstuin van Jan en Antoinette

 

ROZENTUIN OF ROSARIUM

Volgens overlevering is de eerste rozentuin gemaakt voor Josephine de Beauharnais, de echtgenote van keizer Napoleon. In haar navolging zijn in de achttiende en negentiende eeuw bij landgoederen en kastelen veel over het algemeen kleinschalige rozentuinen ontstaan. De roos is een aansprekende bloem en onderwerp in veel spreekwoorden, gezegdes en liederen, vooral als het over liefde en trouw gaat.

In 1876 werd er in Engeland al een rozenvereniging opgericht. Ook in Nederland is er een rozenclub: http://rozenvereniging.nl/geschiedenis-nrv/

In de twintigste eeuw hebben vooral veel vakkundige rozenkwekers ervoor gezorgd dat de roos populair werd en bleef. De uitreiking van de gouden roos jaarlijks in het Westbroekpark in Den Haag draagt daar natuurlijk aan bij. Een roos vraagt aandacht en verzorging. Daarom is een verschuiving te zien in het sortiment en zijn in het openbaar groen de rozen minder wat populair in verband met de onderhoudskosten.

Voorbeelden van rozentuinen en rosariums:

Kasteeltuinen in Arcen       Rosarium in Boskoop     Westbroekpark in Den Haag 

SCHADUWTUIN OF BOSTUIN

De ligging en de plantenkeuze is bepalend voor dit type tuin. Bij veel bladverliezende bomen kan er in het voorjaar wel gebruik worden gemaakt van zgn. ‘stinsenplanten’.

Varens en Hosta’s zijn vaak favorieten, maar het sortiment vaste planten en heesters die wat schaduw kunnen verdragen is groter dan met denkt. Over de historie van dit type tuin is niet veel te zeggen. Zo lang we tuinieren, kijken we welke plant waar het beste groeit.

Voorbeeld in Amsterdam

Voorbeeld in Appeltern

 

 

TEGELTUIN

Deze benaming wordt te pas en te onpas gebruikt en heeft nog maar een zeer korte historie (30 jaar?)

Als hovenier mag je, als je de gehele tuin dicht straat en geen plant aanbrengt, dit geen tuin noemen maar een plein of een straatje.

Met gebruik van verhardingsmateriaal en goed gekozen beplanting ontstaat een tegeltuin.

De onderhoudsvrije tuin bestaat niet, wel een onderhoudsarme tuin. Vaak is dat laatste de rede om een tegeltuin aan te leggen.

 
 VIJVERTUIN/ MOERASTUIN

Een vijver is veelal een onderdeel of facet van een tuinaanleg. Grootte en dominantie zijn afhankelijk van de ontwerper of opdrachtgever. Beslaat de vijver meer dan de helft van het tuinoppervlak, dan praten we over een vijvertuin. Met de groeiende welvaart en de populariteit van tuinieren eind vorige eeuw kwam deze tuinvorm in zwang. Al dan niet met kooikarpers en andere visjes. Veel techniek werd ingezet met pompen en filters en een kleine bedrijfstak was geboren. In de hoveniersbranche werd het ook een specialisme zwemmen in de vijver Klik hier

Een prachtige showtuin met meer dan 50 vijvers vinden we in Hardenberg Overijssel: Klik hier

 

De ontwerpstijl en het tijdsbeeld van de tuin

 

BAROKTUIN

Een tuinstijl die dateert uit de periode 1600-1760. Van deze formele tuinen zijn nog veel voorbeelden zichtbaar.

De stijl is strak en veelal in samenhang met het huis, de buitenplaats of het kasteel. Nederland was in Europa gidsland wat betreft de formele tuinen. De stijl is naar buiten gericht.

Paleis Het Loo is een voorbeeld van een baroktuin.

 

GARDENESKETUIN

Rond 1900 blijkt deze tuinvorm te hebben bestaan. Gelukkig zijn er nog foto’s van. Dit fenomeen bestond onder andere uit vele patronen, een bergje, een rotstuin en speciale soms subtropische beplanting.

Bekende schrijvers van tuingeschiedenis Jan Holwerda en Wim Meulenkamp hebben hier een boekje over geschreven: De gardeneske tuin. Huize Jekschot te Veghel rond 1900, een afbeeldingenreeks TuinTerTijd III, Netterden 2015. 52 pagina's, volledig in kleur. ISBN 978-90-820550-1-6 prijs € 15,75

Voor bestellen:  www.tuintertijd.nl/contact   

Kijk hier....

 

JAPANSE TUIN:
Eeuwen oud maar sinds de 19de eeuw pas bekend in Europa. Een tuin met zeer eigen vormen en kenmerken, gebaseerd op de Japanse volkscultuur, het Shinto en Boeddhisme. Binnen dit tuintype zijn weer verschillende vormen te ontdekken, zoals een binnentuin, theetuin, watertuin en meditatietuin.

Stapstenen, water en ornamenten zoals stenen lantaarns zijn belangrijke elementen in een Japanse tuin. Maar ook de goed gekozen beplanting (o.a. esdoorns, mos) en typische vormsnoei zorgen voor een harmonische sfeer van rust en schoonheid.

De oudste en bekendste Japanse tuin ligt in het landgoed Clingendael in Den Haag. Deze is vanwege zijn kwetsbaarheid beperkt open voor publiek.

Klik hier voor de geschiedenis van dit landgoed, beschreven door Joost S.H Gieskes. Het laatste deel van dit bewogen verhaal gaat over de Japanse tuin.

Meer voorbeelden van Nederlandse Japanse tuinen

 
 
RENAISSANCETUIN

Een tuinstijl uit de periode 1500-1600. Deze tuinstijl kenmerkt zich door Italiaanse invloeden: imitatie- lusthoven, krullerig met veel versieringen en fonteinen. Uit die tijd zijn ook de labyrinten of doolhoven.

De renaissancetuin komt in Nederland maar weinig voor en is in ons land niet zo belangrijk geweest.

De tuin bij het Prinsenhof in Groningen is aan te merken als een tuin met Renaissance-invloeden.

(zie foto links)

Landgoed Zuylestein heeft nog een park welke geheel in renaissance stijl bewaard is gebleven.

Lees meer....

 

 

 

 
 
SLINGERTUIN of Engelse landschapstuin

De Engelse landschapsstijl (1850) wordt in Groningen en Friesland geïntroduceerd als de rijke boeren bij hun mooie huizen ook tuinen laten ontwerpen en aanleggen. De Groningers noemden die tuinen waar geen rechte lijn meer in zat ’slingertoene’ Zo is de naam slingertuinen in het noorden van Nederland een begrip geworden. Er zijn gelukkig veel Slingertuinen bewaard gebleven.

Er is een speciale website over: http://www.slingertuinen.nl/

 

Prairytuin Piet Oudolf
STIJLTUIN

Onder deze naam zijn de tuinen te plaatsen die uniek zijn door de makers en ontwerpers Een Zochertuin of een Copijntuin bijvoorbeeld. Een prairietuin of grastuin van Piet Oudolf.En niet te vergeten een tuin van Mien Ruys, ook wel een bielzentuin. Ook hoveniers zijn te herkennen aan hun tuinen en stijl of plantencombinaties.

 Voorbeelden van stijltuinen:

Copijn tuinen

Kasteel De Haar

Mien Ruys tuinen

Piet Oudolf  artikel VN klik hier

 

VOORBEELDTUINEN APPELTERN

 De tuinen van Appeltern zijn nu 25 jaar oud en bij toeval tot stand gekomen en betrekkelijk jong, maar dit park is uitgegroeid van wat voorbeeldtuinen van de plaatselijke hovenier Ben van Ooijen tot een Europees bekend park van 22 ha met goede statuur.

Zo als je hier boven een 35 tal tuinen met hun historie kort beschreven ziet is er in Appeltern een veelheid (200) aan ideeën en soorten tuinen te zien van tuinen onder architectuur tot tuinen waar gebruik en materiaal naamgevend zijn.

Uiteraard ook de plek,  maar ook inspiratie van de verschillende makers komen aanbod in de trendytuinen en de festivaltuinen.

Een opsomming die niet volledig is: Poldertuin, Loungetuin, Berkentuin, Gezinstuin, Verscholentuin, Serretuin, Verandatuin, Vaste plantentuin, Gelukstuin, Patiotuin, Jaloezietuin, Pergolatuin, Diagonaletuin, Oosterse tuin, Kindertuin, Symmetrischetuin, Vakkentuin, Mediteranatuin, Strandtuin en Vogeltuin. Alles terug te vinden op de website