De hovenier in vogelvlucht

Er wordt “getuind” sinds Adams wegen. Daarom eerst een stukje tuingeschiedenis over het ontstaan van de hovenier als zelfstandig vakman.

 

 

Het paradijs tot 800: Egyptische, Perzische, Griekse, Romijnse en Islamitische tuinen

Door archeologie en afbeeldingen is van de oudste vormen van de tuinkunst wel het een en ander bekend. Flora’s tuin, Hangende tuinen van Babylon, maar ook Turkse en Egyptische tuinen mogen hier niet ongenoemd blijven. Uit deze vroege perioden van de tuinkunst hebben tuinarchitecten later veel inspiratie opgedaan. Maar de paradijstuin is een verloren ideaal, waarnaar ­de mens voor altijd op zoek zal zijn.

 

HET PARADIJS,JAN BRUEGHEL DE OUDE 1568-1625

 

 

800 tot 1500: De besloten kasteel- en kloostertuinen.

De Hortus Conclusus, de ommuurde tuin, bood bescherming tegen de natuur en de barbaarse buitenwereld. De oudste ommuurde tuinen lagen bij kloosters. Het tuinwerk werd er door de kloosterlingen (zowel miniken als nonnen) gedaan om groenten en medicijnen te winnen, maar ze werkten er ook wel als medicijn. Devotie en het kerkelijke leven speelden een grote rol. Veel bloemen en gewassen zijn gekoppeld aan kerkelijke en geloofsbegrippen.

KLOOSTERTUIN ABDIJ VAN MIDDELBURG

 

 

1500 tot 1650: De open kasteel- en kloostertuinen

Het leven verandert. Moestuinen en boomgaarden worden bij het kasteel getrokken. Kastelen en klooster vormen steden om zich heen. In 1590 wordt de Leidse Hortus Botanicus gesticht door Carolus Clusius.


 

HORTUS BOTANICUS LEIDEN

 

 

1600 tot 1680: De Hollands classicistische tuinaanleg(Renaissance)

De noodzaak tot verdedigen verdwijnt. Huis en tuin kunnen in een totaalplan op elkaar worden afgestemd.

Het gaat goed met de vorsten, edelen en rijke kooplieden. Met name de laatste groep ontvlucht de stinkende steden en bouwt in het buitengebied paleizen en mooie huizen met tuinen als statussymbool daaromheen. Het zijn overzichtelijke tuinen met lanen en zichtassen vanuit de bebouwing en een strakke vormgeving. Als belangrijk kenmerk geldt: niet de natuur buitensluiten, maar volledige controle over de natuur.

Vele voorbeelden zijn daar van bekend zoals het slot Zeist, Honselaarsdijk en de reeksen buitenplaatsen in het Kennemerland en ’s-Gravenland. 

HET KONINKLIJCKE LUST HUYS HONSLAARSDYCK

 

 

1680 tot 1750: De Frans classicistische tuinaanleg (Barok-  Rococo)

Door de boekdrukkunst verschijnen er steeds meer boeken over (tuin)architectuur. De tuin is onverminderd statusymbool. Krulpatronen van buxus zijn populair. Fonteinen en ingewikkelde waterpartijen worden aan de tuinen toegevoegd. Versailles in Frankrijk is wellicht het meest aansprekende voorbeeld van deze stijlperiode. Voor Nederland is dat de tuin van Het Loo in Apeldoorn.

 

HET LOO APELDOORN
BEECKESTIJN DEEL VAN ENGELSE LANDSCHAPSTIJL

 

 

1750 tot 1800: De vroege landschapstijl

Na deze symmetrie met  ingewikkelde en gekunstelde vormen verovert vanuit Engeland de landschapsstijl het vaste land van Europa. Revolutionair waren de slingerpaden veel water, heuvels en bouwwerken die als kijkobject fungeerden in de tuin.

 

 

AGNETAPARK DELFT

1800 tot 1870: De late landschapstijl

In deze periode wordt de landschapsstijl steeds perfecter uitgevoerd met gegraven vijvers,mooie doorkijkjes en uitbreiding van het sortiment met veel uitheemse bomen en struiken. 

De steden slechten hun vestingmuren,de stadswallen worden omgevormd tot stadsparken. Van de tuinarchitectenfamilie  Zocher en later Springer zijn daar nog altijd fraaie  voorbeelden  van te bewonderen in onder meer Haarlem, Utrecht, Amersfoort en Goes. 

Uit diezelfde tijd dateren ook stadsuitbreidingen in landschapsstijl met villa's en soms arbeiderswoningen. Een voorbeeld van deze laatste categorie is het Agnetapark in Delft 

 

ENGELSE TUIN MET GEMENGDE STIJL

1870 tot vandaag: De gemengde stijl / jonge tuinkunst / decoratieve stijl

De gemengde stijl is een mix van twee eeuwen tuinaanleg .De tuin van Twickel  is daar een goed voorbeeld van. Er wordt veel meer gereisd. De schoonheid van de bergen en zijn beplanting wordt geïmiteerd in rotspartijen en rotstuintjes. Flagstones, pergola’s en columnade’s doen hun intrede in de tuinaanleg. Aan het begin van de 20ste eeuw ontstaat een nieuwe categorie opdrachtgevers Fabrikanten en rijke burgers laten tuinen aanleggen bij moderne villa’s in buitensteden zoals Hilversum en Wassenaar. De architectuur vraagt hier om  andere tuinontwerpen dan tot nu toe. De tuin wordt ingericht met gemetselde bakken en terrassen,  verdeeld in afgesloten”kamers” zoals in een huis. In de laatste 25 jaar wordt de tuin meer van iedereen en niet alleen voor de rijke bovenlaag. In de 21ste eeuw spelen tuincentra, televisie en tijdschriften een belangrijke rol bij het inrichten van de steeds kleiner wordende tuin. Trends en onderhoudsgemak spelen een belangrijke rol. 

 

 

Wanneer duikt het ambacht hovenier voor het eerst op in de geschiedenis?

Op deze website gaan we voor 400 honderd jaar historie van de hovenier. In dit overzicht blijft de periode tot 1600 verder ongemoeid . Daarmee is niet gezegd dat deze voorliggende periode ze niet belangrijk is geweest.  In de verschillende specificaties zal zeker  nog wel  teruggegrepen op die mensen die de wegbereiders waren voor onze hedendaagse tuinkunst.

Een criterium voor deze keuze is dat de hovenier zijn vak uit vrije wil uitoefent.  Voor 1600  is dat niet altijd duidelijk. In kloostertuinen verrichten kloosterlingen het werk . En daar buiten waren het vooral  lijfeigenen en slaven die het werk voor hun heer deden  waardoor hier van vrije wil geen sprake was. Maar als vorsten en rijke kooplieden buiten gaan wonen hebben ze personeel nodig die het buitenverblijf voor hen  “runnen”. In die periode komt de hovenier in de functie tuinbaas duidelijk in beeld.

Het boek De Nederlandse Hovenier (1669-1721) door Jan van der Groen beleeft in totaal 14 drukken en geeft veel informatie. Wanneer het minder gaat met de vorsten en edele (hun privileges worden afgenomen)  wordt er veel gesloopt en omgevormd. De tuinbaas, die  ook kweker van bloemen en planten is, verzelfstandigt als er op de buitens geen plaats meer is voor hem. De eerste meldingen van hoveniers als zelfstandige ondernemer  die dus niet in loondienst zijn maar rekeningen sturen voor hun geleverde producten en diensten en belasting betalen, zijn vanaf 1820-1850 bekend.

 

Wie is die hovenier en wat doet hij precies? Een definitie:

Een hovenier is iemand die voor een vergoeding adviseert en diverse werkzaamheden in tuinen uitvoert.

 

Tuinaanleg in de ruimste zin van het woord.

 

 

Het maken van bouwkundige elementen, zoals: pergola’s schuttingen, vlonders en keermuurtjes. 

 

 

Het ontwerpen van tuinen of onderdelen daarvan.

 

 

Het maken van bijzondere elementen als vijvers  en rotstuinen.

 

 

Het onderhouden van tuinen in alle facetten.

 

 

Het kweken van planten voor gebruik in tuinaanleg snijbloemenhoek, kruidentuin e.d.

 

 

Het beschrijven of vastleggen van zijn werk als beheersplan voor de opdrachtgever maar ook in offertevorm, dan weer in verslagvorm.

 

 

Het werken met zeer uiteenlopende gereedschappen.

 

 

Het vergaren van kennis op het gebied van materialen, naamgeving en goed gebruik van de vele houtachtige en kruidachtige gewassen.

 

 

Het winnen van zaden, verhandelen en distribueren.

 

Het voorkomen of bestrijden van ziekten en plagen in het groen.

 

 

Het verzorgen van kuipplanten, kasgewassen en van bloemen en planten in de woning.

 

 

Het verplanten van grote bomen met daarbij snoei en nazorg.

 

 

Het kweken en verzorgen van groente en kruiden in de moestuin.

 

 

Het uitvoeren en begeleiden van verkoopactiviteiten van zijn producten.